Het Begijnhof van Antwerpen — waar de stad even haar adem inhoudt
Het Begijnhof, een stille plek in Antwerpen waar de tijd heeft stil gestaan, waar de stilte doorbreekt en je even blijft staan om te kijken.
Ik nam er foto’s en ik verwonderde me. Een plek waar de wind ruist, de bomen verhalen kunnen vertellen.
Een wereld op zich, midden in de stad
Wie door de poort aan de Rodestraat stapt, betreedt een andere wereld. Het lawaai van trams en fietsen valt weg. Wat overblijft zijn gekasseide straatjes, kleine huisjes met verouderde gevels, en een binnentuin die tegelijk boomgaard, moestuin en wandelplek is. Het contrast met de stad eromheen is bijna onwerkelijk.
Het Begijnhof werd gesticht in 1544, als vervanging van een nog ouder hof dat buiten de stadsmuren lag. Dat eerste hof werd opzettelijk platgebrand toen Maarten van Rossem Antwerpen aanviel — vijandelijke troepen konden zich achter de hoge muren verbergen en er kanonnen in stelling brengen. De begijnen bouwden opnieuw, hier, en bleven.
Vrouwen die kozen voor een eigen leven
Begijnen waren vrouwen die buiten het kloosterleven om een religieus en zelfstandig bestaan leidden. In zijn gloriedagen bood het hof onderdak aan maar liefst 280 begijnen. Ook de zussen van schilders Jacob Jordaens en Antoon Van Dyck zochten er hun toevlucht, wat het hof aardig wat kunstwerken opleverde.
In 1986 overleed het laatste begijntje. Maar de plek leeft nog. Er bestaat een lange wachtlijst van mensen die er maar al te graag willen wonen.
Gratis, en de moeite waard
Het Begijnhof is vrij toegankelijk, net als de Sint-Catharinakerk ernaast. Je hoeft er niets voor te doen dan door de poort te stappen en even te vertragen.
Dat deed ik. En ik bleef langer staan dan gepland.





Mijn naam is Bjorn Simmering en met deze website wil ik je graag meenemen in mijn enthousiasme voor de Tram. Sinds ik 25 jaar geleden …

